Hof Amsterdam 23 februari 2010 (Belediging op Hyves), LJN **BL6050**

Bij de beoordeling van voormelde vraag stelt het hof voorop dat uit de grondwettelijk en verdragsrechtelijk gewaarborgde vrijheid van meningsuiting voortvloeit dat een ieder het recht heeft om gedachten en gevoelens van welke inhoud ook te uiten. Dat betekent dat een ieder de vrijheid heeft zijn hart te luchten en zich op negatieve wijze over iemand anders uit te laten, ook als die uitlatingen een beschuldiging aan het adres van een ander inhouden. Dat recht om vrijelijk zijn mening te uiten vindt zijn begrenzing in het geval daarmee iemands eer en goede naam op onrechtmatige wijze wordt aangetast. Of daarvan sprake is, hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden.
Het bericht in het weblog van Y begint met te verwijzen naar de behandeling van een rechtszaak waarbij zowel zij als X op de één of andere wijze betrokken waren. Het bericht ademt de sfeer van een getergde Y die uit frustratie uithaalt naar ‘tegenstander’ X. Het geeft ook blijk van een behoorlijke animositeit tussen Y en X. Lezers van dit bericht zullen, gelet op deze – uit het bericht blijkende – context, begrijpen dat de inhoud ervan met een korrel zout genomen moet worden en dat de daarin opgenomen uitlatingen (behoudens de beschuldiging dat X veroordeeld is voor pedofilie) voornamelijk waardeoordelen bevatten; subjectieve negatieve oordelen van Y veroorzaakt door kennelijk als zeer vervelend ervaren confrontaties met X.
Een willekeurige lezer zal wat betreft de juistheid van de uitlatingen dan ook weinig verwachten van deze opponente die duidelijk niet neutraal staat tegenover X, doch integendeel zelf in een conflict met hem betrokken is.
Voorts acht het hof van belang dat Y het bericht na hooguit 55 uur (aldus X, Y stelt na een paar uur) van haar hyves-pagina heeft verwijderd, en dat haar hyves-pagina slechts toegankelijk was voor vrienden en ‘vrienden van vrienden’, welke laatste groep (X heeft dat niet gemotiveerd betwist) eerst toegang tot het weblog kon krijgen nadat Y dat geaccepteerd had. Daargelaten of uitlatingen op een dergelijk weblog als uitlatingen in het openbaar dan wel als uitlatingen in beslotenheid moeten worden beschouwd, maakt het voorgaande dat het weblog in dit geval slechts een (zeer) beperkt publiek heeft kunnen bereiken.
Het gaat onder meer om de volgende uitlatingen: de kwalificatie van hem als ‘kermisattractie’; de uitlating dat hij een klein manneke van 1.60 m is; de suggestie dat hij het moet hebben van ‘vriendjes van het ministerie’; de suggestie dat hij iemand heeft bedreigd;
de suggestie dat hij een jachtgeweer nodig heeft om bij Y op de koffie te komen; “You fucked with the wrong women!” en de suggestie dat hij gebruik zou maken van een Amerikaans IP-adres (“Wat een scheiterd of niet?”).

Het hof acht voornoemde uitlatingen, noch afzonderlijk noch in onderlinge samenhang bezien, niet van een zodanige aard en de verwachte gevolgen ervan ook niet zodanig ernstig, dat ze onrechtmatig jegens X zijn.